Woensdagochtend zat mijn keuken vol met moeders van hoogbegaafde kinderen en tieners. Onder het genot van een kopje koffie en een koekje werd er volop gesproken over de dingen waar wij als ouders, maar vooral ook onze kinderen, tegenaan lopen.

“Er is nog zo weinig échte kennis en begrip bij de scholen ondanks de vaak goede intenties…”

“Waar gaat het geld voor het stimuleren van talent bij de scholen naar toe?”

(die gelden zijn voor ‘talent’ in de breedste zin van het woord, dus niet specifiek voor hoogbegaafden)

“Als er dan eens aandacht voor hoogbegaafdheid en bijbehorende problematiek is, gaat het programma bijna alleen over de kinderen die klassen overslaan, die al op jonge leeftijd ‘klaar’ zijn met de basisschool. Waarom gaat het nu eens niet over de problematiek van kinderen die al vanaf groep 1 aan het onderpresteren zijn en daardoor niet gezien worden?”

Ook werden uiteraard de mooie momenten gedeeld: een dochter die haar diploma behaald heeft, of een zoon die het tij heeft weten te keren en nu doorheeft wat hij moet doen ter voorbereiding om een proefwerk zo te maken als de docenten het willen lezen.

Maar vooral, helaas, werd toch de problematiek van alledag besproken. Stress, frustratie, woede, als het kind op school weer opdrachten krijgt die niet aansluiten bij de HB-belevingswereld van het kind. De eenzaamheid, omdat het kind maar geen aansluiting kan vinden bij de kinderen in de klas. En het verdriet van de ouders, om te zien hoe ongelukkig hun kind kan zijn, maar ook de vreugde als het kind iets tegenkomt wat het wél interesseert, zoals het ontdekken van een orenkruiper.

Er is nog een lange weg te gaan, maar laten we klein beginnen door elkaars ervaringen te delen en elkaar zo te helpen en steunen.